top of page

nieuws

Via deze blog delen we het laatste nieuws, losse berichten en literair werk van Ilse Schaminée.

  • 25 dec 2014

Het is kerstavond. Ik at een kerstkrans toen plotseling de telefoon ging.

Ik keek naar de telefoon en toen naar de kerstkrans in mijn hand. Alsof ze iets met elkaar te maken hadden.

Het gerinkel kaatste hard door de kamer, via de muren, het plafond, de vloer, tegen de kerstkrans zo mijn oor in. Het is kerstavond, wie belt er nu? Even overweeg ik de kerstkrans in mijn oor te stoppen, als plug, zodat ik het gerinkel niet hoor maar dan loop ik toch naar de telefoon. Ik neem de hoorn van de haak.

"Hallo"

Stilte

"Hallo, met wie spreek ik."

Aan de andere kant van de lijn klinkt een droge kuch.

"Hallo" zegt een stem.

"Hallo" zeg ik.

Stilte

"Hallo" zeg ik.

"Hallo, met de eenzame man"

Ik weet niet direct hoe ik hier op moet reageren.

" Hallo eenzame man, hoe komt u aan mijn nummer?"

"Ik heb uw nummer uit het telefoonboek"

"Oja" antwoord ik "dat kan."

"Ik dacht, ik bel eens iemand op. Zo op kerstavond. Ik schoof de kip in de oven en ontkurkte de fles toen ik mij bedacht dat er iets ontbrak. Dat was het moment dat ik het telefoonboek pakte. Ik praat nu over de afgelopen vijf minuten, dat begrijpt u. Uw nummer stond bovenaan de pagina die ik open sloeg. Daar kunt u ook niets aan doen. Vindt u het vervelend?”

De eenzame man zweeg. Ik hoorde zijn ademhaling. Zijn mond zat te dicht op de hoorn en het praten had hem vast uitgeput. Ik dacht aan de kip in zijn oven en over zijn vraag.

"Nee" zei ik. "Nee eenzame man, ik vind het niet vervelend dat u belt. En ik vind het ook niet vervelend dat ik bovenaan de pagina sta. Dat is iets wat ik nog niet wist."

"Mooi" antwoordde de eenzame man. "Dan hebben we het daar vast over gehad"

Vast over gehad...Ik vroeg me af wat de man nog meer wilde bespreken.

"Wat wilde u precies bespreken deze avond?" Ik probeerde de vraag officieel te laten klinken.

"Het is niet zo dat ik u elke avond bel. Dit is de eerste keer dat ik u aan de lijn heb. Uw vraag klinkt alsof ik u dagelijks bel"

"Sorry" zei ik "dat was niet mijn bedoeling".

"Ik wil gewoon een gesprek" ging de man verder. "Van mens tot mens per telefoon. Dat is toch zeker niet raar."

De stem van de eenzame man klonk wat geïrriteerd.

"Helemaal niet. Een mens mag rustig eens een ander mens opbellen om iets te bespreken. Het is tenslotte ook kerstavond."

Dit stelde de man gerust.

"Dat bedoel ik" mompelde hij.

Het viel weer stil. Zijn ademhaling klonk nog steeds door de hoorn. Ik keek rond in mijn huis, zocht naar inspiratie voor een gesprek. Mijn blik bleef hangen op de afgekloven kerstkrans. Toen besloot ik het hem toch maar op de man af te vragen. Het was immers een gesprek van mens tot mens.

"Bent u alleen?" Vroeg ik.

"Dat is geen keuze" antwoorde de man.

"Ik ben ook alleen" ging ik verder. "En dat is al jaren zo. Ik had bijna de telefoon niet opgenomen maar ik ben blij dat ik het wel gedaan heb. Hoe staat het met uw kip?"

"Die staat in de oven" zei de man. "Ik heb alles hier piekfijn onder controle in dit huishouden. Ik schenk mezelf straks een rode wijn in en dan zal ik de kip aansnijden. Natuurlijk heb ik dan ook een kerstplaat opgezet. Luistert u kerstmuziek mevrouw?"

Het was voor het eerst dat de eenzame man mij zo noemde. Het voelde alsof we elkaar al beter kenden.

"Ik ga vanavond naar de nachtmis. Dat is ook met muziek" zei ik.

"Bent u gelovig?" vroeg de man.

"Ik ben gelovig opgevoed, maar ik ben het een beetje verleerd. Maar naar de nachtmis ga ik elk jaar."

"Dat u onder de mensen bent" zei hij. Het was geen vraag. Ik hoorde de man rommelen met iets.

"Ook dat ik onder de mensen ben. Maar dat niet alleen. Ik luister graag naar de pastoor, hij heeft een fijne stem."

"En dan de muziek" vulde de man aan.

"Dat ook" zei ik.

Ineens klonk een hard gekraak.

"De verbinding wordt slecht" riep ik hard in de hoorn. "Ik denk dat u elk moment wegvalt. Hallo, eenzame man. Eenzame man, bent u daar nog?"

Toen klonk er zacht muziek. De tonen van het Ave Maria. Een krakerige stem begon te zingen. Ik drukte de hoorn hard tegen mijn oor. Het geluid van de adem van de eenzame man vermengde zich met het lied. Ik keek opnieuw naar het afgekloven kransje in mijn hand en daarna naar buiten waar sneeuw op de daken lag. Toen begon ik zacht mee te neuriën. Door de hoorn, recht in het oor van de eenzame man. Zijn adem, mijn geneurie, Ave Maria, dat alles tegelijk in een telefoonlijn. Ik kon er niets aan doen, ik moest huilen.

We luisterden het hele lied af.

Op het eind klonk alleen nog het gekraak.

"Die zingen ze vanavond ook" ik wist niet wat ik anders moest zeggen.

"Dat dacht ik al" zei de eenzame man.

"Hoe staat het met uw kip?"

"Die ga ik zo aansnijden"

Ik had voor vanavond pasteitjes met ragout, maar die waren pas voor na de mis.

"Dan ga ik maar weer eens ophangen" zei de man.

"Dat is prima" zei ik "Ik hoop dat de kip u smaakt"

"Ik maak hem elk jaar, dus dit jaar zal niet anders zijn."

"Ja?"

"Ja"

Het viel weer even stil.

"Nou, een zalig kerstfeest dan voor u, eenzame man."

"Ook voor u mevrouw. En bedankt voor uw tijd"

"Het was geen moeite....maar toch bedankt"

"Dag"

"Dag"

En toen een doffe klik.



Steklov Zaal 1.jpg

We waren die dag terug gekomen voor Meneer Smirnov. Hij was degene die Grigori Perelman voor het laatst gesproken had, zo hadden we van Meneer Vershik vernomen. Als er iemand was die ons meer kon vertellen over Grisha, dan was hij het.

Ik had Meneer Vershik die ochtend nog gebeld vanuit het hostel: “You only have few minutes to speak to Mister Smirnov. You can ask for Mister Lotkin to introduce you to him”. Toen hoorde ik een andere telefoon over gaan in zijn kamer: “Sorry Ilse, I have to go now. It was nice meeting you and I wish you the best." Hij sprak mijn naam uit met de mooist klinkende L die ik ooit gehoord had. We wisten verder niets over Meneer Smirnov, noch over Meneer Lotkin. We wisten dat we om half zes in het Steklov moesten zijn en dat we tijd hadden voor één vraag. Eén cruciale vraag. De rest van de middag dachten we na over wat die vraag zijn moest.

De vrouw achter het loket van het Steklov zuchtte diep toen ik haar vroeg waar het toilet was. Het toilet spoelde niet goed door.

Daarna namen we de brede stenen trap naar waar wij dachten dat het kantoor van Meneer Lotkin was. De aanwijzingen die Meneer Vershik ons daarover had gegeven waren summier.

We belandden op de etage van de directeur van het Steklov, die we nog kenden van ons vorige bezoek. Om de een of andere reden spraken we op die etage ineens op fluistertoon.

De secretaresse van de directeur wees ons waar we konden wachten. Een oud zwart leren bankje, wederom omringd door vetplanten.

We spraken nog steeds op fluistertoon en hadden het voornamelijk over hoe we dachten dat Meneer Lotkin eruit zou zien. Ook herhaalden we nog een aantal keer de vraag die we besloten hadden te stellen aan Meneer Smirnov. Ondertussen hielden we onze ogen strak op de deur gericht.

Een klein grijs mannetje met een rond hoofd opende de deur. Het was Meneer Lotkin en zo zag hij er ook uit. Hij wist van onze komst, Meneer Vershik had het hem aangekondigd. Hij vertelde ons dat Meneer Smirnov onderweg was voor een vergadering met de wiskundige top van Rusland. Die vergadering vond plaats in de enige fraaie ruimte van het Steklov. Een soort balzaal die wij de dag ervoor met de directeur bezocht hadden en waar de marmeren zuilen van plastic bleken.

Meneer Lotkin vroeg ons waarom wij in Rusland waren en wat ons project inhield. Toen hij vroeg of we naast Grigori Perelman nog meer wiskundige helden hadden, viel het even stil.

Toen vertelde Meneer Lotkin dat Meneer Smirnov ook een Fields Medal winnaar was. Of eigenlijk, hij vertelde het niet. Het kwam meer terloops ter sprake. Die brave Meneer Lotkin ging er natuurlijk vanuit wij daarvan op de hoogte waren. Dat dát juist de reden was dat wij hem een vraag wilden stellen. Onze enige vraag. De cruciale vraag.

Ik voelde mijn mond droog worden. Wij zouden binnen enkele seconden blootgesteld worden aan een Fields Medaille winnaar en de enige vraag die we hadden voorbereid en waar we zeer, zéér lang over na hadden gedacht ging over Grigori Perelman. Het hoofd van Meneer Lotkin leek te veranderen in een wiskundige formule. Ik keek naar de deur die ineens op de stelling van Pythagoras leek, de vetplanten transformeerden langzaam in het getal Pi.

We begonnen weer te praten op de fluistertoon die bij deze etage hoorde.

Het werd snel duidelijk. We konden onze vraag niet stellen dat was zeker. Het zou oneerbiedig zijn. Het zou zijn alsof je één minuut met Leonardo DiCaprio hebt en hem dan vraagt hoe het staat met Johnny Depp. Het kon gewoon niet. We moesten een andere vraag verzinnen. En wel binnen enkele seconden. Waarom had niemand ons vertelt dat Meneer Smirnov een Fields Medal gewonnen had? Of was het ons ontgaan? We hadden hem moeten Googelen. Er was geen tijd.



Kerk.JPG

We waren er voor de wetenschap, maar toen iemand riep dat we ook iets aan sightseeing moesten doen sprak niemand dat tegen. We wisten niet of we ooit terug zouden keren naar deze stad. Daarom liepen we die middag naar de Kerk van de Wederopstanding van Jezus Christus. Die was tevens het dichtst in de buurt van het Steklov instituut en lag dus op de route. De lucht was strakblauw. Daar staken de bollen van de kerk mooi tegen af. Daarom maakten we een aantal foto’s, steeds een ander gezicht voor de kerk. Ook liepen we er een rondje omheen. Zo konden we de kerk ook steeds vanuit een andere hoek op de foto zetten. We waren tevreden over het geschoten materiaal.

Toen we aan de achterkant van de kerk aankwamen, zagen we een enorme mensenmassa. Lonne sprak het vermoeden uit dat het hier een populair marktje betrof. Toen we het marktje naderden bleken er alleen geen kraampjes te staan. Lonne’s vermoeden bleek niet correct. Op het plein stonden politiebusjes en de mensen droegen geen tasjes maar enorme spandoeken.“Het is een demonstratie,” concludeerde een van ons. Zonder dat we het in de gaten hadden waren we, gedreven door onze nieuwsgierigheid, middenin de demonstratie terecht gekomen. De mensenmassa stuwde ons voort. Ongewild demonstreerde we mee vóór of tégen iets.

De camera bleef draaien. Nu we er toch waren, moesten we dit ook maar vastleggen. Plots hoorde ik een stem in mijn oor “Where are you from?” Ik zag niet wie dit vroeg omdat ik nog steeds werd voortgestuwd door de massa. Weer de stem “Are you reporters?” Ik vond dat even een lastige vraag zo middenin die stoet. Ja, we waren wel een soort reporters, maar nee, niet speciaal voor deze demonstratie. Bovendien zag ik nog steeds niet wie er bij de stem hoorde. “No,” riep ik toen maar, dat leek mij het veiligste antwoord. We waren immers in Rusland, daar hebben ze het niet zo op reporters vermoedde ik. Ik werd aan mijn arm naar de zijkant getrokken. Voor mij stond een klein meisje, ze leek nog heel jong. “Where are you from?” vroeg ze weer. Ze had blauwgroene ogen en best een lief gezicht. “From Holland,” antwoordde ik en ik voelde mij daar om een of andere reden ineens heel lomp bij. We stonden nu met z’n drieën op een rijtje tegenover het kleine meisje. Toen stak ze van wal: ze vond het heel erg jammer dat wij Europeanen zo’n vertekend beeld hadden van Rusland. Onze media waren absoluut niet objectief. De hele kwestie met Oekraïne werd door de Europese media volledig verkeerd geïnterpreteerd. Het Krim was niet bezet. De soldaten waren daar alleen ter bescherming. Toen ging ze nog even door over de anti-homo wet. Dat kleine meisje is een wolf in schaapskleren dacht ik. Ik weet niet hoe ik daarbij keek. Ze sloot af met: “You poor Europeans” en ik zag dat ze het meende want ze keek ons vol medelijden aan met die blauwgroene ogen. Daar stonden we dan, met z’n drieën op een rijtje. Ik wist even niet hoe ik moest reageren. Ik probeerde mijn gezicht neutraal te houden. Toen het kleine meisje zich tot mij richtte en zei: “Why do you look so cynical?” wist ik dat dat niet gelukt was.

De dagen erna was het even gedaan met het sightseeing.


laatste berichten
archief
bottom of page